U bent hier

Aantal benchmarks

Een dier dat we kennen?

geslacht en soort

Taxonomische indeling

Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Onevenhoevigen (Perissodactyla)
Familie: Paardachtigen (Equidae)
Geslacht: Equus
Soort: Equus asinus

   

De Ezel famile

Mannelijk: Esel- âne
als trekdier: "Baudet"
Wrouwelijk: Ezelin - ânesse
Ezeltje: ânon

Kruizingen
     
Ezel en merrie = Muilezel- mule
     
Paard en Ezelin = Muildier- bardot

 

 

 Gewicht : van 80 Kg (mini Esel) tot 480 Kg ( Poitou-Esel.)    Schofthoogte : van 0,80 m. tot 1,60 m
Zeer beweeglijke oren, ongeveer de halve koplengte   Leeftijd: 30/40 jaar
Een ezelin is ongeveer 12 à 13 maanden drachtig   Een vrij lange staart met haren aan het uiteinde

 

Geschiedenis

Ezels behoren tot de familie van de paardachtigen (equidae) en zijn genetisch ook zeer verwant aan paarden, maar verschillen op een aantal onderdelen. Ze hebben langere oorschelpen, een dikker hoofd, en korte manen. Anders dan paarden hebben ezels geen zwilwratten aan de achterbenen. Ook groeien ezelhoeven op een andere manier aan dan paardenhoeven. Ezels hebben meer een vechtrespons, paarden hebben een vluchtrespons.

Hoewel ezels zich evolutionair ontwikkeld hebben in een subtropisch klimaat, kunnen ze zich goed aanpassen aan Westeuropese weersomstandigheden. Ezels staan bekend als dom en koppig, maar dat gedrag is altijd het gevolg van een slechte behandeling. Een ezel vraagt om een consequente aanpak. Het gebruik van geweld heeft een averechts effect.

Voor ezels geldt dezelfde regelgeving als voor paarden. Zo moeten ze gechipt worden en een paspoort hebben. Ezels kunnen heel goed samen met andere ezels worden gehouden, maar anderssoortige grazers worden verjaagd. Nederland telt naar schatting 3000 ezels.

 

Ezels zijn in het Neolithicum gedomesticeerd. Vierduizend jaar geleden verschenen ze voor het eerst in Spanje en Italie. De Romeinen verspreidden de ezels in het noorden en oosten van Europa. 
Wilde ezels bewoonden aanvankelijk geheel Noord-Afrika, maar zijn in de 21-ste eeuw alleen nog te vinden in het noordoosten van dit werelddeel. Ze worden hoofdzakelijk gehouden als lastdier. In slechts weinig Europese landen worden ze gehouden voor het vlees. Berucht zijn echter de salamitransporten van het overschot aan ezels naar slachterijen in Italie en Spanje. 
Van de wilde ezels bestaan er twee ondersoorten: de Nubische ezel (Equus africanus,africanus) met een schofthoogte van 1.20 meter en de Somali ezel (Equus africabus somalicus) met een schofthoogte van 1.40 meter.
De tamme ezel (Equus asinus) stamt in hoofdzaak af van de Nubische ezel. Tamme ezels verschillen in kleur en grootte. De kleur varieert van grijs, bruin tot zwart.
In 24 Europese landen zijn 58 rassen of variaties daarvan aangetroffen. Het aantal ezels neemt in Europa in rap tempo af. In Griekenland is het aantal in vijftig jaar tijd met 98 procent afgenomen. De meeste ezelrassen worden nog aangetroffen in Frankrijk, Italie en Spanje. Van deze rassen zijn nog enkele honderden dieren over, waarmee de ezels volgens de FAO begrippen tot de bedreigde dieren behoren.