U bent hier

Gedrag van ezels

      

 

Ezels zijn kuddedieren. Ze communiceren met elkaar door middel van geluiden. Het duidelijkste geluid dat een ezel maakt is het balken, dat over een afstand van enkele kilometers te horen is. Het balken geeft informatie over de status van het balkende dier en kan bovendien de samenhang van de groep handhaven. In het wild wordt het meest gebalkt door plaatselijk dominante hengsten. 
De merries en veulens balken zelden, tenzij ze gescheiden zijn van hun groep of als de merries hengstig zijn. Als huisdier balken ze dikwijls, voornamelijk tijdens de voertijd en in antwoord op balken van andere ezels. 
Met hun houding maken ezels duidelijk of ze de sociale afstand willen vergroten of verkleinen. Een ezel die zijn oren in de nek legt, de romp naar een andere ezel draait en de mond opent, is niet gediend van zijn gezelschap. Door te bijten of te dreigen met slaan kunnen ze andere ezels van zich af houden. Dit gedrag doet zich voor tussen merries en hengsten en tussen hengsten onderling.

 

 

 

De begroetingshouding is gelijk aan die bij matig sterke dreiging, alleen zijn hierbij de oren naar voren geplaatst in plaats van naar achteren. Het groeten gebeurt door aanraking met de neus. Wederzijdse huidverzorging is eveneens een vorm van aansluitingzoekend gedrag en bevestigt contact tussen paren. De wederzijdse huidverzorging kan een half uur of langer duren.
De tastzin, reuk en smaak geven ezels informatie over hun omgeving, in het bijzonder over wat eetbaar is. Het gehoor van het dier is redelijk goed. Tijdens het grazen op de wei kunnen andere leden van de groep op een afstand van ruim 800 meter herkend worden. 
Ezels zien goed in het donker en hebben een goed overzicht over hun omgeving. Ze zijn in staat om voorwerpen dichtbij en veraf tegelijkertijd scherp te zien. (1)

 

Ezels verjagen van nature andere diersoorten. Het zijn territoriaal ingestelde dieren. Ze leven van oudsher in dorre gebieden waar niet veel te eten is. Om ervoor te zorgen dat de ezelsoort kan voortbestaan, verjaagt de hengst een ieder die zijn territorium binnentreedt. De merries helpen hem wanneer meer ezelkracht vereist is. Grazers van een andere diersoort zijn niet welkom. Ze eten het schaarse voedsel op en leveren niets om de ezelsoort in stand te houden. Jonge ezels kunnen onderling hun krachten meten. Zijn er geen soortgenoten, dan zullen ze het met andere dieren proberen. Dat gaat er doorgaans hard aan toe. Ezels zijn namelijk niet zachtzinnig in hun spel. Flink bijten, schoppen en steigeren, het hoort er allemaal bij. (2)
Een ezel die zijn verzorger bijt, heeft niets kwaads in de zin. Het gedrag is hoogstwaarschijnlijk gewoon aangeleerd, door uit de hand te voeren of door ‘’iets lekkers’’ uit de jaszak te halen. Het bijten kan ook voortkomen uit hengstengedrag. Zelfs als een ezelhengst is gecastreerd, kan hij toch nog lang dit soort gedrag vertonen. Een ezel bijt meestal om aandacht te krijgen, om bij zijn eigenaar/verzorger in de smaak te vallen of om met hem of haar om de leiderspositie te vechten.(3)