U bent hier

Eten, Voeding van de Ezel

Bij de voeding van ezels zullen we steeds in gedachten moeten houden dat de ezel een dier is dat thuishoort in ruw en droog bergland, waar hij bij voorkeur droge distels en grove, ruwe grassen eet (materiaal met weinig voedingswaarde), en grote afstanden moet afleggen om dat voedsel te zoeken. Als we deze informatie in gedachten houden is gemakkelijk te begrijpen dat, omdat ons grasland eigenlijk veel te rijk is aan voedingsstoffen voor een ezel, veel ezels hier te vet zijn. We zullen dus de hoeveelheid voeding moeten aanpassen aan de behoeften van de ezel. Dit houdt tevens in dat we ezels niet de gehele dag in een wei met flink veel gras kunnen laten lopen. Ze zullen binnen de kortste keren te vet zijn. Een paar uur per dag is ruim voldoende om ze hun lichaam te kunnen laten onderhouden.

Hoofdrantsoen

Dit zal gewoonlijk 's zomers bestaan uit gras en 's winters uit hooi en stro. Voor dieren die in de zomer onvoldoende of geen gras tot hun beschikking hebben zal hooi steeds een belangrijk deel van het voer uitmaken. Voor dieren die een grote weide tot hun beschikking hebben zullen we maatregelen moeten nemen, die verhinderen dat ze de gehele dag op de weide kunnen vertoeven, of ervoor zorgen dat de weide voldoende "kaal" is (bijv. kort maaien of een aantal schapen, dat de wei begraasd voordat de ezels er mogen grazen). Meer dan u wellicht denkt, speelt stro een belangrijke rol in het verterings- en voedingsproces. Het vult de maag, maar bevat minder voedingssstoffen dan vers gras. In de praktijk is het best moeilijk er precies voor te zorgen dat de ezel niet te dik wordt en het lichaamsgewicht moet dan ook de constante aandacht van de eigenaar hebben. Maar na enige training en voldoende zicht op het juiste "formaat" van de ezel lukt het best wel. (Een tip: laat ook eens een collega ezelhouders zijn eerlijke mening over uw ezel(s) geven. Dat kan wel eens ogen openen.)

 

Hoeveelheden

Een ezel benut zijn voer efficiënter dan een pony. Geef daarom 3/4 van de hoeveelheid die nodig is voor een pony van dezelfde maat. 
Er zijn een aantal vuistregels voor de gemiddelde hoeveelheid voeding voor een ezel. De ervaren ezelhouder beziet zijn dieren elke dag en zal de hoeveelheid aanpassen aan de behoefte van het dier (afhankelijk van weersomstandigheden, moet het dier veel werk verrichten enz.)

 

 

 

 

De vuistregels : 

De totale hoeveelheid droogvoer moet + 2% van het ideale lichaamsgewicht zijn. Drachtige, zogende en zwakke dieren kunnen hoogstens iets meer krijgen (2¼% van het lichaamsgewicht) en hoogstens een ¼ daarvan mag bestaan uit krachtvoer. 

In de praktijk komt dit op het volgende neer:

een ezel tussen de 1.05 m en 1.12 m (stokmaat schofthoogte) mag 160-170 kg wegen, dus de hoeveelheid droogvoer zal ong. 3,5 kg per dag moeten bedragen, d.w.z. 2 kg hooi + bijv. 3 kg stro. ( U denkt natuurlijk: dat is toch samen 5 kg ? Dat klopt natuurlijk, maar omdat stro ongeveer de helft van de voedingsbestanddelen bevat van hooi, mag daarvan meer gegeven worden. Dus 3 kg i.p.v. 1½ kg )
In de winter, als de dieren door de koude meer energie verliezen, kan de hoeveelheid stro opgevoerd worden tot 3,5 à 4 kg. In de praktijk komt dat erop neer, dat ze zoveel stro mogen eten als ze willen.
Ook in de zomer, als de ezels op een goede weide lopen, is het bijvoeren van stro zeer gewenst (zie later). 
Voor grotere ezels zijn de hoeveelheden vanzelfsprekend groter, voor kleinere ezels kleiner.
 

Wat kunt u uw ezel(s) zoal voeren

Water: Er moet altijd onbeperkt water kunnen worden gedronken 

Hooi: Schoon en van middelmatig goede kwaliteit. Geen peulvruchtenhooi (in West Europa te eiwitrijk) Oud hooi: Bevat minder vitaminen. Geen beschimmeld hooi geven 

Gras: Van middelmatig goede kwaliteit. De ezel eet het gras goed kort. Pas op met giftige planten 

Stro: Goede kwaliteit. Beter goed stro dan slecht hooi (gerst-, haver- of tarwestro) 
Ruwe smeerwortel (inheemse plant): Elke dag vers maaien en laten verleppen, daarna voeren. Bevat veel calcium (wat goed zou werken bij gewrichtsaandoeningen) 
Haksel of kaf i.p.v. stro (stro of haksel van gerst heeft hoogste Ca/P-verhouding) is beter dan zemelen die zeer weinig voedingsstoffen en bovendien veel te weinig calcium en te veel fosfor bevatten 

Melasse: Verhoogt de smakelijkheid van het haksel 

Suikerbietenpulp: Veel suiker, veel ruwvezel, goed verteerbaar en smakelijk. Goed voor herstellende, zieke dieren. Niet te veel tegelijk bijvoeren (hoefbevangenheid) en + 18 uur tevoren laten weken. 
Wortels. Vooral in de winter zeer nuttig in verband met vitamine A-voorziening. Grotere hoeveelheid voeren kan geen kwaad, werkt dan wat laxerend en de ezels drinken minder (hoog vochtgehalte) 

Granen: Zolang ze heel zijn, zijn ze levend en blijven lang goed, mits droog opgeslagen. Geplet bederven ze veel sneller; hoogstens 24 uur van tevoren pletten. Aangezien niet bewezen is, dat geplette granen in het algemeen beter werken dan ongeplette, verdient het aanbeveling ongeplet te voeren, tenzij het gebit slecht is of het mondslijmvlies is aangetast. Bij dieren onder de 2 jaar kan het pletten ook zijn nut hebben.
Alle granen hebben een ongunstige Ca/P-verhouding, d.w.z. te weinig calcium in verhouding tot fosfor, bovendien bevatten zij phytine dat het calcium nog eens extra vasthoudt.
Granen hebben een laag eiwitgehalte en hoog zetmeelgehalte (veel energie). 

Haver: bevat veel vet. Bevat geen lysine (zie later), dus ongeschikt voor oude en jonge dieren. 

Gerst: dit alleen geplet of gekookt voeren (anders is het slecht verteerbaar). Bevat iets meer lysine dan haver. 

Rogge: geeft gemakkelijk aanleiding tot hoefbevangenheid en huidaandoeningen. 

Maïs: in vorm van korrels of vlokken. Bevat meer energie dan haver of gerst. Hooguit ½ kg per dag geven. Maïs in de kolf bevat vrij veel ruwvezel. Als groenvoer bevatten de stengels en bladeren veel suiker en zijn dus ongeschikt als hooivervanger. Voer niet te jonge maïs. 

Tarwe: heeft de neiging tot het vormen van een onverteerbare kleverige massa in de maag. Redelijk eiwitgehalte. In samengesteld voer wel goed. Samen met kaf goed voor jonge, oude, zwakke enz. dieren. 

Tarwezemelen: Tegenwoordig weinig voedingswaarde door betere methoden van scheiden meel en zemelen. Heeft alleen waarde als ruwvezel, maar de Ca/P-verhouding is verkeerd, zodat via de bijschildklieren een ontkalking van het skelet kan ontstaan, osteomalacie of bij de mens Molenaarsziekte. De beenderen van het aangezicht raken ontstoken en worden poreus. Bij het voeren van veel zemelen zou calcium in de vorm van bijv. calcium-kalksteen aan volwassen ezels bijgevoerd moeten worden. (50 gr. per kg zemelen). Bij jonge dieren kan men (di)calciumfosfaat geven. 
Biks, vlokken, koeken: Eventueel goed met hooi (zie later), hoogstens een ¼ van totale gewicht aan voer. Niet mengen met ander voer. Pas op met voeren van geconcentreerd voer bestemd voor ander vee, uitgezonderd voer voor paarden. 
Keukenafval: Het spreekt haast vanzelf, dat dit alleen in kleine hoeveelheden gevoerd mag worden, bijv. appels (altijd in stukjes snijden in verband met verslikken), komkommer, slablaadjes, oud brood enz. 
Bij al deze voedingmiddelen geldt : SPAARZAAM VOEREN. Geeft u wat meer van het een, dan het ander wat minder en houdt het gewicht uw ezel goed in de gaten. Het blijkt dat vaak te veel wordt gevoerd of dat het dier te lange periode kan eten op de weide.
Voor het welzijn van het dier is het dan nodig dat het afvalt. Dit is vaak een langdurige kwestie, omdat te snel afvallen complicaties met zich mee kan brengen.
Ook hier geldt: voorkomen is beter dan genezen!

 

Gewichtsproblemen: 

veel te magere ezels: ribben, werveluitsteeksels en heupbeenderen goed te zien, de vacht is dor 
te magere ezels: werveluitsteeksels duidelijk te zien, meestal dorre vacht 
ezels in goede conditie: werveluitsteeksels voelbaar, niet te zien. Ribben niet te zien. Goed bespierd. Huid soepel, vacht glanzend 
te vette ezels: doornuitsteeksels wervels moeilijk voelbaar, manenkam hals te zwaar. Vacht glanzend 
veel te vette ezels: rond lichaam, overvloedige vetafzetting, doornuitsteeksels niet voelbaar, manenkam valt om door het vet, vacht glanzend 

  • Bij te magere ezels is het nodig de hoeveelheid voedsel langzaam te vermeerderen, maar wees voorzichtig: denk aan hoefbevangenheid. 
  • Ezels in goede conditie. Gewicht goed in de gaten houden. Vooral in het voorjaar kunnen ze snel aankomen.
  • Te vette ezels moeten langzaam vermageren. Niet meer dan 2 kg per maand anders is er grote kans op het ontstaan van hyperlipaemie en hyperproteinaemie, dwz. te veel vet, resp. teveel eiwit in het bloed. Onder bepaalde omstandigheden kan dit de dood tot gevolg hebben.